Home » Nieuws » Omvorming van de salderingsregeling zonnepanelen veel te ingewikkeld!

Omvorming van de salderingsregeling zonnepanelen veel te ingewikkeld!

02 december 2019

Op 28 oktober jl. heeft het ministerie van EZK een wetsvoorstel tot omvorming van de salderingsregeling[1] voor zelf opgewekte elektriciteit door kleinverbruikers via internet in consultatie gebracht. De huidige salderingsregeling stimuleert investeringen in zonnepanelen door huishoudens en MKB bedrijven. De omvorming van de salderingsregeling betreft een afspraak uit het Regeerakkoord van 10 oktober 2017. Het wetsvoorstel dat nu ter consultatie is aangeboden moet de afbouw van de salderingsregeling vanaf 1 januari 2023 mogelijk maken. Het wetsvoorstel komt er op neer dat kleinverbruikers vanaf 1 januari 2023 de aan het net terug geleverde elektriciteit niet langer volledig tegen hun verbruikte elektriciteit kunnen wegstrepen. In plaats daarvan wordt nog maar een jaarlijks steeds kleiner wordend deel van de aan het net teruggeleverde elektriciteit weggestreept tegen de verbruikte elektriciteit. Op 1 januari 2031 zal dat deel zijn teruggelopen naar 0. Ook introduceert het wetsvoorstel een verplichting voor kleinverbruikers om een slimme meter te hebben of te laten plaatsen. Zo’n meter kan zowel de verbruikte elektriciteit als de aan het net geleverde elektriciteit afzonderlijk meten.

Aanleiding

Al voor de verkiezingen in 2017 werden vraagtekens geplaatst rondom oversubsidiëring van zonnepanelen en de houdbaarheid voor de overheidsfinanciën van de huidige salderingsregeling. Over de salderingsregeling is naar aanleiding van die vraagtekens in het regeerakkoord de volgende afspraak opgenomen:

“De salderingsregeling duurzame elektriciteit wordt in 2020 omgevormd in een nieuwe regeling. De verwachting is dat de kosten van zonnestroom zullen dalen en met dezelfde middelen meer duurzaamheidswinst geboekt kan worden.”

Aanvankelijk zou er een subsidie op teruggeleverde elektriciteit komen. Die subsidie zou dan geleidelijk afgebouwd worden in de periode tot 2030. Bij de praktische uitwerking bleek dat te ingewikkeld en te duur. In het Klimaatakkoord is als alternatief een fiscale oplossing voor de teruglever-subsidie opgenomen. De oplossing die nu ter consultatie is aangeboden wijkt daar verrassend genoeg sterk van af. In plaats van een belastingkorting op zelf opgewekte elektriciteit mag nog maar een deel van de zelf opgewekte elektriciteit worden weggestreept tegen het eigen verbruik. Het deel dat mag worden weggestreept wordt richting 2030 elk jaar kleiner en uiteindelijk 0.

Bezwaren tegen de voorgestelde uitwerking van de nieuwe regeling

Op de consultatie is door maar liefst 67 partijen (openbaar) gereageerd. Hoewel onder nagenoeg alle partijen begrip is voor het beperken van oversubsidiëring op zonnepanelen zijn veel bezwaren geuit tegen de nu voorgestelde uitwerking van de nieuwe regeling. Een greep uit de belangrijkste bezwaren:

–         Onbegrijpelijke energiefacturen

–         Administratieve rompslomp voor leveranciers en verhuurders

–         Verplichte ‘slimme’ meter

–         Onvolledig benutten van daken voor zonnestroom

–         Terugverdientijd van rond 7 jaar onzeker

–         Voor verhuurders onaantrekkelijk

–         Vraagtekens bij nut en noodzaak

Onbegrijpelijke facturen

De energieafrekening is voor de gemiddelde consument nooit eenvoudig geweest met alle verschillende posten die daarop worden vermeld. Toen terugleveren mogelijk werd is dat nog iets ingewikkelder geworden. Vrijwel geen enkel energiecontract loopt precies van 1 januari t/m 31 december. De consequentie, van het jaarlijks verlagen van het maximaal weg te strepen percentage zelf opgewekte elektriciteit, is dan dat zowel het verbruik als de zelf opgewekte hoeveelheid elektriciteit gesplitst moet worden in twee delen. Een deel van ingang contract tot 1 januari en een deel van 1 januari tot einde van de looptijd van het contract, of bij langlopende contracten tot en met 31 december van het volledig aansluitende kalender jaar. De afzonderlijke delen zelf opgewekte elektriciteit moeten dan tegen verschillende (afnemende) percentages worden weggestreept tegen de twee afzonderlijke delen van het verbruik in dezelfde periode. Voor de afzonderlijke delen van de zelf opgewekte elektriciteit die niet meer kunnen worden weggestreept betaald de energiemaatschappij dan een redelijke vergoeding. Het is niet uit te sluiten dat die ook nog eens van jaar tot jaar kan verschillen, of misschien zelfs in een uiterst geval van uur tot uur afhankelijk van de energieprijs op de energiemarkt. Het ministerie heeft wel aangekondigd dat het de bedoeling is om een soort wettelijke bodemprijs vast te stellen die dan geldt als redelijke vergoeding. Daarover is echter nog volstrekt geen duidelijkheid. Meestal zullen op 1 januari ook nog eens de tarieven voor de verschillende belastingen en heffingen die op energie rusten wijzigen, waar dan ook nog eens btw over geheven wordt. Kunt u mij nog volgen…………………….? Het wordt allemaal uiterst complex en dat zou wel eens kunnen ontaarden in een energieafrekening met 30 onbegrijpelijke bijlagen. Wie wil overstappen naar een andere energieleverancier komt voor een hele uitdaging te staan bij het selecteren van voordeligste leverancier. En hoe gaan verhuurders straks een afrekening opstellen en uitleggen gekeken naar de energie die is doorgeleverd aan huurders?

Administratieve rompslomp voor leveranciers en verhuurders

Voor de energiemaatschappijen betekent de voorgestelde omvorming ingrijpende aanpassing van hun IT-systemen. Zelfs indien ze daar in slagen blijft - zoals hiervoor is betoogd - een van de consequenties van de gekozen oplossing een zeer complexe niet te volgen energieafrekening voor de consument. Omdat wat op de energieafrekening staat niet meer een op een is te vergelijken is met de af te lezen meterstanden zal dat leiden tot veel vragen en klachten van energieconsumenten. Niet alleen bij de energiemaatschappijen zelf, maar ook bij verhuurders die de energieafrekening moeten doorbelasten aan hun huurders. Het voorstel leidt daardoor tot onnodige en ondoelmatige administratieve lasten en uitvoeringskosten die uiteindelijk aan de consument zullen worden doorberekend.

Verplichte slimme meter

De verplichting om een meter te accepteren waarmee de energieleverancier ongemerkt achter de voordeur mee kan kijken naar gebruikspatronen zal niet door alle energieconsumenten worden omarmd en stuit op privacy bezwaren. Uit die gebruikspatronen is bijvoorbeeld gemakkelijk af te leiden wanneer de bewoner(s) wel of niet thuis zijn. De angst dat deze gegevens in verkeerde handen kunnen vallen is niet helemaal ongegrond. Ook het gegeven dat het automatisch verzenden van gebruiksgegevens uitgezet kan worden zal deze categorie energieconsumenten niet gerust stellen. De verplichting om een ‘slimme’ meter te accepteren kan dus net als een aantal jaren geleden nog wel eens op weerstand stuiten.

Er zijn alternatieven aangedragen waarbij het accepteren van een zogenaamde ‘slimme’ meter helemaal niet nodig is. En zo slim zijn die meters helemaal niet. Ze geven alleen maar digitaal verbruiksgegevens door aan de leverancier. Energieconsumenten die belangstelling hebben voor inzicht in hun eigen energieverbruik hebben verschillende goedkopere mogelijkheden, die veel ‘slimmer’ zijn dan de digitale meter van de netwerkbeheerder. Veel leveranciers van zonnepanelen leveren bijvoorbeeld met de panelen al slimme app’s mee die op een smartphone geïnstalleerd kunnen worden en veel meer inzicht geven in de opwek en het verbruik van elektriciteit. Zulke app’s zijn er ook voor het verbruik. Dat werkt zelfs met traditionele energiemeters.

Onvolledig benutten daken voor zonnestroom

Veel daken zijn onbenut maar wel geschikt voor zonnepanelen. Er liggen nu bijvoorbeeld nog maar op 7,3% van alle (corporatie)huurwoningen zonnepanelen. Stimulering van verhuurders blijft noodzakelijk om tot een businesscase te komen waarbij huurders blijvend kunnen worden ontzien en verhuurders hun investering kunnen terugverdienen. De voorgestelde regeling ontmoedigd investeringen in zonnepanelen door verhuurders en een gezonde groei van het aantal zonnepanelen op daken in de huursector wordt daardoor afgeremd. Optimaal gebruik van daken wordt ook niet gestimuleerd. Meer panelen installeren dan voor eigen gebruik noodzakelijk is wordt onrendabel. Omdat een overschot aan zelf opgewekte elektriciteit wordt ontmoedigd zal de verleiding groter zijn om de dimensionering van de installatie vooral zo precies mogelijk af te stemmen op het eigen verbruik.

Terugverdientijd rond de 7 jaar onzeker

In de toelichting op het voorstel wordt beweerd dat de terugverdientijd van ongeveer 7 jaar, voor consumenten die in deze regeerperiode zonnepanelen hebben aangeschaft, behouden blijft en voor nieuwe installaties slechts marginaal langer zal worden. In opdracht van het ministerie van EZK zijn door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), overigens meer opties doorgerekend. Die doorrekening laat zien dat ook met andere opties geen grote verschillen in terugverdientijd te verwachten zijn. Dus ook met een andere uitwerking van de regeling kan hetzelfde resultaat bereikt worden. Of die bewering ook in de toekomst waar gemaakt kan worden is echter afhankelijk van de juistheid van aannames die daarbij worden gedaan. Bijvoorbeeld een verdere prijsdaling van zonnepanelen en de hoogte van een terugleververgoeding voor zelf opgewekte elektriciteit die niet meer kan worden wegstreept tegen het eigen verbruik.

Voor verhuurders onaantrekkelijk

Verhuurders worden, anders dan eigenaar-bewoners, geconfronteerd met een split-incentive. Om de huurder mee te krijgen zal aan de huurder een voordeel geboden moeten worden. Het is met de voorgestelde regeling onwaarschijnlijk dat daar in de kosten-baten afweging nog ruimte voor is. Hetzelfde geldt voor Nul Op de Meter (NOM) woningen die gerealiseerd konden worden dankzij de Energie Prestatie Vergoeding (EPV). In het Energieakkoord zijn afspraken gemaakt over het ontwikkelen en uitrollen van NOM-woningen. Het is de vraag of die afspraken door dit voorstel stand kunnen houden.

Nut en noodzaak

Een zeer belangrijke vraag is opgeworpen door het adviescollege toetsing regeldruk. Dat college vraagt zich af of er nog wel een noodzaak is voor het afbouwen van de salderingsregeling indien de energiebelasting op elektriciteit voldoende wordt verlaagd. In de huidige regeling bestaat immers het voordeel hoofdzakelijk uit belasting die niet hoeft te worden afgedragen op zelf opgewekte elektriciteit. Voor zover het de bedoeling is oversubsidiëring op zonnepanelen terug te dringen kan dat dus via verlaging van de energiebelasting op elektriciteit. Afbouw van de energiebelasting op elektriciteit vermindert het voordeel op teruglevering. Hierdoor zal het rendement op zonnepanelen geleidelijk dalen, zonder ingewikkelde regeling, onleesbare energieafrekening en verplichtingen om de zogenaamde ‘slimme’ elektriciteitsmeters te accepteren.  

Het adviescollege toetsing regeldruk concludeert zelfs tot “NIET INDIENEN” en onderbouwd dat als volgt:

“Het college onderkent dat er reden is om overstimulering van zonnepanelen te voorkomen. Het merkt echter op dat ook het risico bestaat dat investeringen in zonnepanelen onvoldoende worden aangemoedigd. Het constateert dat dit risico niet in beeld is, omdat niet duidelijk is welk effect de voorgenomen verlaging van de belasting op elektriciteit zal hebben op het rendement van investeringen in zonnepanelen. Zonder dit effect goed in beeld te hebben is niet duidelijk waarom de salderingsregeling moet worden afgebouwd. Bovendien lijkt een verdere vermindering van de (degressiviteit van de) belastingen op elektriciteit een minder belastend alternatief dan de voorgestelde afbouw van de salderingsregeling.”

Hoe dan wel?

Vastgoed Belang stelt voor om in plaats van de voorgestelde afbouwregeling de regeling zo vorm te geven dat gedurende de eerste 7 jaar (nu de gemiddelde terugverdientijd) na ingebruikname van zonnepanelen nog volledig kan worden gesaldeerd en daarna over te gaan naar een regeling waarbij de redelijke vergoeding wettelijk is gekoppeld aan de langdurig gemiddelde elektriciteitsprijs. Dat geeft investeerders zekerheid. Er blijft dan voldoende prikkel aanwezig om te investeren in zonnepanelen en daarmee een bijdrage te leveren aan het terugdringen van fossiel energiegebruik.

Alle stukken die zijn ingebracht naar aanleiding van de consultatie vindt u hier.



[1] Zelf opgewekte stroom wordt eerst afgetrokken van verbruikte stroom en daarna wordt de rekening opgesteld voor het overblijvende gebruik. Over zelf opgewekte en gebruikte stroom wordt nu nog geen belasting betaald. Wie meer stroom opwekt dan wordt verbruikt, krijgt daarvoor een redelijke vergoeding van de energiemaatschappij.