Home » Nieuws » De Case van Co: Er is een Warmtewet op komst!

De Case van Co: Er is een Warmtewet op komst!

30 juli 2020

Op 22 juni jl. is een Wetsvoorstel in consultatie gebracht voor de Wet collectieve warmtevoorziening. Het voorstel beoogt de opvolger te worden van de huidige warmtewet. Wij hebben het voorstel beoordeeld op eventuele consequenties voor verhuurders. Hoewel verhuurders met de laatste wijzigingen in de huidige Warmtewet niet meer onder de werking van die wet vallen, lijkt de opvolger op onderdelen weer wel van belang voor verhuurders. Een verkenning levert het volgende beeld op.

Wet collectieve warmtevoorziening

Om de energietransitie behapbaar te maken is gekozen voor een aanpak waarbij de transitie wijk voor wijk wordt aangepakt. Colleges van burgemeesters en wethouders krijgen daarbij een belangrijke rol. Ze zijn aangewezen als regisseur voor de lokale transitie. Zij moeten voor 2022 in kaart gebracht hebben welke alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn voor welke wijken. Zij moeten in overleg met alle belanghebbenden aangeven welke bronnen per wijk het meest kansrijk zijn. Een mogelijke uitkomst daarvan is het aanleggen of uitbreiden van warmtenetten. Daarover gaat de Wet collectieve warmtevoorziening. Om de regierol te kunnen vervullen krijgt het college vergaande bevoegdheden. Het college stelt dan zogenaamde warmtekavels vast en wijst na een selectieperiode een warmteleverancier aan.

Het aanleggen of uitbreiden van warmtenetten is een kostbare zaak. Om de businesscase van een warmtenet sluitend te krijgen is het daarom van belang dat zoveel mogelijk gebouwen worden aangesloten op zo’n net. Op papier wordt niemand verplicht zijn gebouw aan te sluiten op zo’n warmtenet. In de praktijk zou dat echter wel eens anders uit kunnen pakken.

Samenvatting

Wij begrijpen het wetsvoorstel zo dat het zonder aanwijzing van burgemeester en wethouders verboden is om, door middel van een zelfstandig functionerend collectief warmtesysteem, warmte te transporteren en te leveren aan natuurlijke personen of rechtspersonen die warmte afnemen van hun verhuurder of van een VvE. Wij juichen het toe dat kort gezegd zeer kleine systemen, tot en met 10 aansluitingen, van het verbod worden uitgezonderd.

Anderzijds heeft Vastgoed Belang zorgen over de uitwerking van:

  • de mogelijkheid die verhuurders of VvE’s met 10 t/m 500 aansluitingen krijgen om op hun verzoek te worden ontheven van het verbod (opt-out);
  • de ruime bevoegdheden die het college van burgemeester en wethouders daartegenover krijgt om zo’n ontheffing te weigeren;
  • toekomstige tariefregulering en;
  • verantwoordelijkheden die gebouweigenaren krijgen voor inpandige warmtenetten waarop meerdere individuele verbruikers zijn aangesloten.

Het wetsvoorstel voorziet voor gebouweigenaren in een mogelijkheid om af te zien van aansluiting op het geboden warmtenet (opt-out). Het voornemen om gebruik te maken van de opt-out moet dan wel actief vooraf kenbaar gemaakt worden aan burgemeester en wethouders. Gebouweigenaren zullen dan wel zelf moeten zorgen voor een gelijkwaardig alternatief. Verhuurders of VvE’s met 10 t/m 500 potentiele aansluitingen zouden daarbij kunnen kiezen voor een eigen zelfstandig functionerend collectief warmtesysteem. In het wetsvoorstel worden ze daarvoor echter wel afhankelijk van een door het college van burgemeester en wethouders te verstrekken ontheffing van het eerder aangehaalde verbod. Het college krijgt in het voorstel daarbij (te) ruime bevoegdheden om de ontheffing om uiteenlopende redenen te weigeren. Bijvoorbeeld om de haalbaarheid van een businesscase, voor een aan te wijzen warmtebedrijf, te forceren. Er zijn ook 1001 andere redenen denkbaar. Zo’n verhuurder of VvE kan op die manier door het college indirect gedwongen worden om er voor te kiezen om het gebouw alsnog aan te sluiten op het warmtenet. Daarmee is de cirkel rond en de opt-out optie gedegradeerd tot een papieren tijger.

Zo’n situatie verzwakt de onderhandelingspositie van de verhuurder of VvE ten opzichte van het aangewezen warmtebedrijf om voor de betreffende huurders of leden een goede deal te kunnen sluiten voor warmtelevering aan het gebouw.

Weliswaar krijgt de ACM in het voorstel de opdracht om voor de tarifering voor aansluitingskosten en levering een bandbreedte vast te stellen, maar dat biedt aan eindgebruikers nog geen enkele garantie dat de aansluiting op het warmtenet woonlasten neutraal zal verlopen. Een stijging van de woonlasten is strijdig met het uitgangspunt van woonlasten neutraliteit voor huishoudens, dat is afgesproken in het Klimaatakkoord. Vastgoed Belang vreest dat in zo’n situatie het verkrijgen van de noodzakelijke instemming van huurders om alsnog aan te sluiten op een warmtenet en de daarmee gepaard gaande financiële consequentie volledig wordt afgewenteld op de verhuurder. Dat is onwenselijk voor het draagvlak onder het Klimaatakkoord.

Een ander punt van zorg is de verantwoordelijkheid die de gebouweigenaar krijgt opgelegd voor de aanpassing en het onderhoud van het inpandige leidingstelsel en individuele leveringssets die de aangewezen warmteleverancier gebruikt voor de aansluiting van individuele verbruikers. Ook het verhaalsrecht dat de warmteleverancier krijgt op de gebouweigenaar, in geval zich in het inpandige warmtenet een storing heeft voorgedaan waarvoor door de warmteleverancier een compensatievergoeding is uitgekeerd, maakt deel uit van die zorg.

Vastgoed Belang pleit voor de volgende aanpassingen in het wetsvoorstel

1)   Weigering van een verzoek van een verhuurder of VvE tot ontheffing van het verbod uitsluitend toestaan indien:

  • voldaan wordt aan in de wet limitatief op te nemen gronden;
  • aansluiting op het warmtenet van de door het college aangewezen warmteleverancier gegarandeerd niet leidt tot een woonlastenstijging voor huurders of leden van de VvE;
  • de verhuurder of VvE door het college wordt gevrijwaard van de consequenties van het onthouden van instemming door huurders of leden van de VvE voor aansluiting op het warmtenet van de door het college aangewezen warmteleverancier;
  • de weigering goed en transparant is onderbouwd;
  • tegen de weigering bezwaar en beroep mogelijk is.

2)   Het vaststellen van een landelijk tariefplafond dat recht doet aan het streven naar een woonlasten neutrale transitie.

3)   De gebouweigenaren het verhaalrecht te geven op de aangewezen warmteleverancier voor kosten die gemaakt moeten worden voor:

  • aanpassingen die noodzakelijk zijn om afsluiting van individuele eindgebruikers mogelijk te maken;
  • onderhoud, instandhouding en vervanging van (onderdelen van) het inpandige warmtenet en de aansluiting van individuele afnemers;

De warmteleverancier kan deze kosten dan, rekening houdend met woonlasten neutraliteit, verdisconteren in de tarieven die bij de eindgebruiker voor de aansluiting en levering van warmte in rekening worden gebracht.